Voorwoord
Op de voorkant van de CD ziet u de titel 'Metamorfose' staan. Deze titel is niet zomaar gekozen. Metamorfose is een grote of opvallende verandering. Daar kun je in het kader van het Wognummer orgel met recht van spreken! Zoals u kunt lezen verderop in het boekje heeft dit orgel na diverse omzwervingen en veranderingen haar huidige vorm bereikt in 1978. In dat jaar wordt het binnenwerk van het Leichelorgel (19e eeuw) vervangen door een orgel waarvan de oudste delen een eeuw eerder (rond 1787) gedateerd kunnen worden. De kas van Leichel (19e eeuw) is blijven staan. Zo ontstaat een orgel waarbij de muziek van rond de 18e eeuw zich uitstekend laat vertolken.
In de winter van 2023/2024 heeft het orgel groot onderhoud ondergaan. In aanloop naar de onderhoudsbeurt is geconstateerd dat het orgel vervuild is geraakt en dat de klank behoorlijk aan helderheid heeft ingeboet. Het was alsof er een deken over het orgel heen lag. Het mag duidelijk zijn dat daar nu geen sprake meer van is en dat de klank enorm heeft gewonnen door de schoonmaakbeurt en het grondig nalopen van de intonatie. Tevens is besloten om de gelijkzwevende stemming die het orgel tot dan toe bezat te veranderen naar een Neidhart-stemming, een stemming die beter in het beeld van de 18e eeuw past en bij de
historische onderdelen van het orgel.
Echter, de metamorfose van dit orgel is nog niet helemaal afgerond. Middels de uitgave van deze CD en het ontplooien van diverse activiteiten rondom dit orgel proberen wij een vrij pedaal te realiseren met 4 registers. Hierdoor hopen we dat het orgel en deze fraaie kerk nog meer in de belangstelling kan komen te staan bij muziekliefhebbers en uitvoerenden.
We wensen u namens de Stichting Mitterreither orgel Wognum heel veel luisterplezier.
Arjen de Boer (organist PKN-kerk Het Vierkant)
Historie1
In het orgel van de Protestantse Kerk van Wognum komen twee historische instrumenten bij elkaar: het orgel van Leichel gemaakt voor Wognum en een instrument van Mitterreither met een uitbreiding van Van den Brink, gemaakt voor een Amsterdamse kerk.
Leichel-orgel
In 1892 leverde de firma Friedrich Leichel & Zoon te Lochem een orgel met 24 registers verdeeld over twee manualen en een vrij pedaal voor de Hervormde Kerk van Wognum. Het was het eerste pneumatisch geregeerde instrument in Nederland. Het Nevenwerk was in een zwelkast geplaatst. Orgelmaker Flentrop uit Zaandam kreeg in 1933 de opdracht de speeltafel "welke van een verouderd systeem voorzien [was]" om te bouwen naar pneumatiek met wisselwind en de speeltafel vrijstaand op het orgelbalkon te plaatsen.2
Mitterreither-orgel
Johannes Josephus Mitterreither, orgelmaker in Leiden, maakte in 1787 een werkstuk met één klavier aan de schuilkerk aan de Spinhuissteeg in Amsterdam. Leonardus van den Brink, gevestigd in Amsterdam, breidde het instrument in 1817 uit met een tweede klavier. In 1840 werd het orgel overgeplaatst naar een nieuw kerkgebouw en in 1881 naar de St. Agathakerk in Beverwijk. De vierde standplaats van het orgel was vanaf 1924 r.k. parochiekerk Onze Lieve Vrouw Koningin van de Vrede in Amsterdam. Veertien jaar later verbouwde Jos. Vermeulen uit Alkmaar het instrument, dat tot dan toe nog een mechanische tractuur had. De windlade van het eerste manuaal van Mitterreither bleef in omgebouwde vorm gespaard, de windlade van Van den Brink ruimde het veld, diens pijpwerk bleef bewaard. In 1956 maakte Jos. Vermeulen het orgel schoon en moderniseerde het naar de muzikale smaak wan die tijd. De parochie besloot in 1972 om het orgel van de Amsterdamse Koepelkerk aan te kopen. Hel Mitterreither/Vermeulen-orgel kwam in handen van Lutherse gemeente van Hilversum. Er waren plannen om de oude kern van
het Mitterreither/Vermeulen-orgel samen te voegen met het historische bestand van een ander historisch orgel, dat van de voormalige Vrijzinnig Hervormde Kerk in Hilversum. In 1975 waren de plannen voor samenvoeging evenwel van de baan. De lutheranen verkochten het materiaal van het Mitterreither/Vermeulen-orgel aan orgelmaker Vermeulen.
'Nieuw' orgel Wognum
Orgeladviseur Willem Talsma, geboren Wognummer, tipte in 1975 de beschikbaarheid van het Mitterreither-materiaal. In hetzelfde jaar bedacht orgelmaker Vermeulen een plan voor een tweeklaviers instrument met aangehangen pedaal en zestien stemmen voor
Wognum, in de bestaande kas van Leichel. Als kern diende de windlade en pijpwerk van Mitterreither en het pijpwerk van Van de Brink, opgesteld op een historische windlade van Ypma (Alkmaar) en de grote magazijnbalg van Leichel. De orgelkas van Leichel zou
de omhulling worden van het nieuwe oude binnenwerk. In 1978 was het instrument klaar. De bouw stond onder advies van Willem Talsma en Hans van der Harst.
Vanaf het jaar 2000 voerde orgelmaker Flentrop klein onderhoud uit. In 2023 en 2024 volgde groot onderhoud waarbij de magazijnbalg opnieuw werd beleerd, de sleepringen van de windladen werden vervangen door textielringen, het pijpwerk schoongemaakt en gerepareerd, de originele Quint 3' (HW) hersteld en de intonatie licht herzien en het instrument gestemd in een stemming naar Neidhardt.
1 De gegevens in deze paragraafzijn gebaseerd op Hans Fidom (eindredactie), Het Historische Orgel in Nederland 1886-1894, Amsterdam 2007, 287-289; Rogér van Dijk,
"Het orgeltje, tot dusverre in gebruik, heeft zijn jaren met eere gedragen"
Het 'nieuwe' orgel van de Johanneskerk in Laren, in Het Orgel, jaargang 1 18 (2022) nummer 4, 17—28; de website <www.orgbase.nl>, geraadpleegd op 8 juli 2022 en het dossier Wognum Hervormde Kerk uit het archief van Vermeulen/Flentrop (voor inzage hierin dank aan Flentrop, Zaandam).
2 De Amsterdammer, 12 september 1933.
Beschrijving instrument
Het orgel staat opgesteld op een galerij aan de torenzijde van de kerk. Kas Leichel 1892, aangepast door Vermeulen 1978 (achterwand achter het nieuwe binnenwerk midden in oude kas). Achterkas aangepast aan later toe te voegen Pedaal (diepte achterkas vanaf stemplanken Hoofdwerk en Onderpositief ca. 220 cm, achterwand ca. 420 cm breed, hoogte achterkas ca. 430 cm). De grenen kas is aan vier zijden gesloten (inclusief pijpenfront), heeft een dak (boven het binnenwerk maar niet boven het achterdeel met magazijnbalg) en is van klassieke constructie met stijl- en regelwerk gevuld met zetluiken en draaibare deuren.
Windvoorziening met magazijnbalg Leichel (1892, inslaande en uitslaande vouw, bovenblad 158 x 280,5 cm), kanalisering Vermeulen 1978. Motor (snelloper, 105 mm wk, 14 m3 per minuut) en dempkist Vermeulen 1978. Inliggende tremulant Vermeulen 1978, in 2018 vervangen.
Conducten, lood, Vermeulen 1978, vervangen in 2007
Claviatuur (linkerzijde 3 van de kas) Vermeulen 1978, detaillering naar Heemstede, St.-Bavo, Van den Brink. Mechanische toets- en registertractuur Vermeulen 1978, detaillering naar Mitterreither-voorbeelden. Sleeplade Hoofdwerk Mitterreither 1787, cancelvolgorde vanuit het midden in hele tonen aflopend. Sleeplade voor Onderpositief, R.-K. parochiekerk Purmerend (Bovenwerk), Ypma 1884, cancelvolgorde als Hoofdwerk. De pijpstokboringen van de lade Onderpositief zijn door Vermeulen vergroot om ze passend te maken bij die van het Hoofdwerk. Vermeulen paste afdichtingsringen toe tussen pijpstokken en slepen.
3 De begrippen links, rechts enzovoort zijn in dit document bedoeld als gezien vanuit de kerk naar het orgel.
Dispositie
De dispositie luidt als volgt (Registers in volgorde vanaf het front):
Hoofdwerk (II, C—f3)
Prestant 8'
C-h0 in het front, Leichel 1892, frontpijpen halve toon naar beneden opgeschoven om mensuur aan te laten sluiten bij binnenpijpen en overlengle kwijt te raken, expressions dicht-gemaakt, stemflappen aangebracht; vervolg Mitterreither 1787; 9 pijpen Vermeulen 1978
Bourdon 16'
C-h0 Vermeulen 1978, hout, gedekt; vervolg metaal, gedekt, Mitterreither 1787
Holpijp 8'
C-H hout, gedekt, afkomstig uit Ootmarsum, Elberink ca. 1840; vervolg metaal, gedekt, Mitterreither 1787
Octaaf 4'
Mitterreither 1787
Quint 3'
Mitterreither 1787
Roerfluit 4'
C-f2 metaal, roergedekt; vervolg conisch, open; Mitterreither 1787
Fluit travers D 8’
C1-c3 hout, afkomstig uit Kampen, Buitenkerk, Van den Brink 1810;
vervolg Vermeulen 1978
Superoctaaf 2'
Mitterreither 1787
Mixtuur 3—4 st.
Mitterreither 1787; 12 pijpen Flentrop 2024; samenstelling:
C 1⅓' 1' ⅓'
C0 2' 1⅓' 1'
C1 4' 2⅔' 2' 1⅓'
C2 5⅓' 4' 2⅔' 2'
Trompet B/D 8'
Vermeulen 1978, naar voorbeeld Hindeloopen, Van Dam 1813
Onderpositief (I, Cf3)
Bourdon 8'
C—h0 hout, gedekt, ? Van den Brink 1816; c1—f3 metaal, gedekt, zijbaarden; c0—h0 Vermeulen 1978, vervolg Van den Brink 1816
Viola di Gamba 8'
C – H ontleend aan Bourdon; vervolg Van den Brink 1816, later aangebrachte expressions dichtgemaakt; 2 pijpen Vermeulen 1978
Prestant 4'
Vermeulen 1978
Fluit 4'
C - f2 metaal, gedekt; vervolg conisch; Van den Brink 1816
Gemshoorn 2'
conisch, C Vermeulen 1978, vervolg Van den Brink 1816
Flageolet I'
Vermeulen 1978
Dulciaan 8'
Vermeulen 1979 (later opgeleverd), naar Zaandam, Bonifatius, Mitterreither
Pedaal (C-d1):
aangehangen aan Hoofdwerk
Werktuiglijke registers: Manuaalkoppeling, Tremulant
Winddruk : 74 mm waterkolom
Toonhoogte : a1 = 438 hertz bij 18°C
Stemming : Neidhardt Dorf 1724
Cees van der Poel (orgeladviseur)
Metamorfose
Telkens wanneer je aan een intonatieklus begint, stel je jezelf de vraag: "wat willen de pijpen van nature zeggen? " Anders gezegd: "hoe vind je de balans tussen alle 'ingrediënten' die uiteindelijk tot de klank leiden?" Die balans vinden is niet eenvoudig. Wat wél eenvoudig is, is een orgel veranderen. Maar dat is dan ook meteen de grootste valkuil. Het gaat er niet om een orgel te veranderen, naar je hand zetten, maar het moet, als daar aanleiding voor is, verbeterd worden. We hebben gezien dat er in het verleden veel orgels aangepast werden aan de smaak van de tijd. De instrumenten zijn daardoor in feite verder verwijderd geraakt van wat ze ooit waren. "Dat aanpassen hadden ze beter niet kunnen doen", zeggen we nu. Hoe zorgen we ervoor dat generaties na ons dit over ons niet wéér gaan zeggen? Dat kunnen we nooit helemaal voorkomen. Iedere generatie heeft beperkingen. Die te (her)
kennen is misschien wel de grootste uitdaging. Maar, er zijn wél een aantal basisprincipes, waardoor de kans op herhaling van fouten uit het verleden kleiner wordt.
Elke herintonatie begint met een stap terug. Ik bedoel daarmee, dat je eerst het instrument op je moet laten 'inwerken'. Voordat je de mouwen opstroopt en aanvalt, moet je eerst afstand nemen en goed kijken en luisteren naar wat het orgel zeggen wil. Probeer zoveel mogelijk in de huid te kruipen van de oorspronkelijke bouwers. Wat stond hen voor ogen? Hebben ze hun idealen weten te realiseren? Is het orgel daarna ongewijzigd gebleven? (Bijna nooit….) Was specifieke kennis of ervaring wél of niet voorhanden?
Daarnaast: is met het bestaande materiaal een beter resultaat te bereiken? Of deze, heel lastige vraag: is wat wij als een beperking of gebrek zien helemaal niet het geval? In hoeverre projecteren we onze eigen voorkeuren op het instrument? Enzovoort.
Als het goed is, is een klankverbetering het resultaat van veel kleine dingen. En, zoals we weten, vele kleintjes maken een grote en geven in ons geval de metamorfose gestalte. Het Wognumse orgel is 'wakker' geworden. De 'suffigheid' is verdwenen, zonder dat het geforceerd of agressief is geworden. 'Levendig' is een term die nu bij het orgel past. Het orgel is nog steeds herkenbaar, maar 'zit beter in z'n vel'.
Het groot onderhoud en herintonatie smaakt naar meer. Al vóór de klus was er de wens naar een vrij Pedaal. Die wens is nu alleen maar groter geworden. Wat houdt dat in, een 'vrij Pedaal'? De term 'vrij' duidt op: 'onafhankelijk van de Manualen'. Zelfstandig Pedaal zou je het ook kunnen noemen. Nu is het nog zo, dat het Pedaal alle geluiden (klanken) 'leent' van het onderste klavier,
het zogenoemde Hoofdwerk. Het is 'aangehangen' door middel van een mechanische koppeling. Die koppeling zorgt ervoor, dat bij het indrukken van een pedaaltoets, de corresponderende manuaaltoets altijd meegaat. (Een registerknop Pedaal-koppel kun je
tenminste nog in- of uitschakelen, maar in Wognum is die er niet, dus dat is niet mogelijk). Een aangehangen Pedaal zorgt voor veel beperkingen in het gebruik van het orgel. Bijvoorbeeld een registratie met uitkomende stem op het Hoofdwerk en zachte begeleiding op het tweede manuaal is onmogelijk. Een kleine uitzondering is de Trompet. Die is verdeeld in Bas- en discant d.m.v. twee zelfstandige registerknoppen. Daardoor kun je de Trompet in de rechterhand solistisch spelen, zonder dat 'ie in de bas mee klinkt. Ook een registratie met een 16 voet in het Pedaal, maar niet op het Hoofdwerk, kan niet. Literatuur waarbij de baspartij (gespeeld op het pedaal) de linkerhand 'in de wielen rijdt' kan niet adequaat worden uitgevoerd. De lijst onmogelijkheden is lang…
Begrijp me goed, elk orgel kent beperkingen en dat is op zich helemaal niet erg. Maar op het Wognumse orgel zijn de beperkingen van een wel héél vervelende soort. Je wordt als organist ontzettend beknot in je mogelijkheden om alle potentie die het orgel in zich heeft te benutten.
Op de CD zijn er een paar tracks te horen waarop ik een zelfstandig pedaal gesimuleerd heb. Puur om te laten horen wat voor een geweldige meerwaarde dat geeft aan dit fraaie instrument. Dit is gerealiseerd door twee opnames over elkaar heen te leggen. Bijvoorbeeld de bewerking over "Herr Christ, der ein'ge Gottes Sohn" uit Bachs Orgelbüchlein. Tijdens de eerste 'ronde' speelde ik de Manuaalpartij. Bij de tweede ronde kwam het Pedaal erbij, inclusief 16' register. De opbrengst van de CD zal worden aangewend om de realisatie van een zelfstandig Pedaal mede te financieren. Vanzelfsprekend ben ik vóór! De meerwaarde van een zelfstandig
Pedaal kan niet makkelijk overschat worden.
Dick Koomans