Mitterreither-orgel
Johannes Josephus Mitterreither, orgelmaker in Leiden, maakte in 1787 een werkstuk met één klavier aan de schuilkerk aan de Spinhuissteeg in Amsterdam. Leonardus van den Brink, gevestigd in Amsterdam, breidde het instrument in 1817 uit met een tweede klavier. In 1840 werd het orgel overgeplaatst naar een nieuw kerkgebouw en in 1881 naar de St. Agathakerk in Beverwijk. De vierde standplaats van het orgel was vanaf 1924 r.k. parochiekerk Onze Lieve Vrouw Koningin van de Vrede in Amsterdam. Veertien jaar later verbouwde Jos. Vermeulen uit Alkmaar het instrument, dat tot dan toe nog een mechanische tractuur had. De windlade van het eerste manuaal van Mitterreither bleef in omgebouwde vorm gespaard, de windlade van Van den Brink ruimde het veld, diens pijpwerk bleef bewaard. In 1956 maakte Jos. Vermeulen het orgel schoon en moderniseerde het naar de muzikale smaak wan die tijd. De parochie besloot in 1972 om het orgel van de Amsterdamse Koepelkerk aan te kopen. Het Mitterreither/Vermeulen-orgel kwam in handen van Lutherse gemeente van Hilversum.
Er waren plannen om de oude kern van het Mitterreither/Vermeulen-orgel samen te voegen met het historische bestand van een ander historisch orgel, dat van de voormalige Vrijzinnig Hervormde Kerk in Hilversum. In 1975 waren de plannen voor samenvoeging evenwel van de baan. De lutheranen verkochten het materiaal van het Mitterreither/Vermeulen-orgel aan orgelmaker Vermeulen.
'Nieuw' orgel Wognum
Orgeladviseur Willem Talsma, geboren Wognummer, tipte in 1975 de beschikbaarheid van het Mitterreither-materiaal. In hetzelfde jaar bedacht orgelmaker Vermeulen een plan voor een tweeklaviers instrument met aangehangen pedaal en zestien stemmen voor Wognum, in de bestaande kas van Leichel. Als kern diende de windlade en pijpwerk van Mitterreither en het pijpwerk van Van de Brink, opgesteld op een historische windlade van Ypma (Alkmaar) en de grote magazijnbalg van Leichel. De orgelkas van Leichel zou de omhulling worden van het nieuwe oude binnenwerk. In 1978 was het instrument klaar. De bouw stond onder advies van Willem Talsma en Hans van der Harst.
Vanaf het jaar 2000 voerde orgelmaker Flentrop klein onderhoud uit. In 2023 en 2024 volgde groot onderhoud waarbij de magazijnbalg opnieuw werd beleerd, de sleepringen van de windladen werden vervangen door textielringen, het pijpwerk schoongemaakt en gerepareerd, de originele Quint 3' (HW) hersteld en de intonatie licht herzien en het instrument gestemd in een stemming naar Neidhardt.
1 De gegevens in deze paragraafzijn gebaseerd op Hans Fidom (eindredactie), Het Historische Orgel in Nederland 1886-1894, Amsterdam 2007, 287-289; Rogér van Dijk,
"Het orgeltje, tot dusverre in gebruik, heeft zijn jaren met eere gedragen"
Het 'nieuwe' orgel van de Johanneskerk in Laren, in Het Orgel, jaargang 1 18 (2022) nummer 4, 17—28; de website <www.orgbase.nl>, geraadpleegd op 8 juli 2022 en het dossier Wognum Hervormde Kerk uit het archief van Vermeulen/Flentrop (voor inzage hierin dank aan Flentrop, Zaandam).
2 De Amsterdammer, 12 september 1933.
Beschrijving instrument
Het orgel staat opgesteld op een galerij aan de torenzijde van de kerk. Kas Leichel 1892, aangepast door Vermeulen 1978 (achterwand achter het nieuwe binnenwerk midden in oude kas). Achterkas aangepast aan later toe te voegen Pedaal (diepte achterkas vanaf stemplanken Hoofdwerk en Onderpositief ca. 220 cm, achterwand ca. 420 cm breed, hoogte achterkas ca. 430 cm). De grenen kas is aan vier zijden gesloten (inclusief pijpenfront), heeft een dak (boven het binnenwerk maar niet boven het achterdeel met magazijnbalg) en is van klassieke constructie met stijl- en regelwerk gevuld met zetluiken en draaibare deuren.
Windvoorziening met magazijnbalg Leichel (1892, inslaande en uitslaande vouw, bovenblad 158 x 280,5 cm), kanalisering Vermeulen 1978. Motor (snelloper, 105 mm wk, 14 m3 per minuut) en dempkist Vermeulen 1978. Inliggende tremulant Vermeulen 1978, in 2018 vervangen.
Conducten, lood, Vermeulen 1978, vervangen in 2007
Claviatuur (linkerzijde 3 van de kas) Vermeulen 1 978, detaillering naar Heemstede, St.-Bavo, Van den Brink. Mechanische toets- en registertractuur Vermeulen 1978, detaillering naar Mitterreither-voorbeelden.
Sleeplade Hoofdwerk Mitterreither 1787, cancelvolgorde vanuit het midden in hele tonen aflopend. Sleeplade voor Onderpositief, R.-K. parochiekerk Purmerend (Bovenwerk), Ypma 1884, cancelvolgorde als Hoofdwerk. De pijpstokboringen van de lade Onderpositief zijn door Vermeulen vergroot om ze passend te maken bij die van het Hoofdwerk. Vermeulen paste afdichtingsringen toe tussen pijpstokken en slepen.
3 De begrippen links, rechts enzovoort zijn in dit document bedoeld als gezien vanuit de kerk naar het orgel.